Ten huize van…


Paul en Jelle ROZIERS
Laar 2
2590 BERLAAR

Tel.: 03.422.57.77
GSM: 0479.52.49.57
E-mail: laarhoeve@telenet.be


*Mijn vader is weg van paarden. Nu ook van duiven…
*Paul en Jelle Roziers nooit van gehoord
*Volgens mij moet je met frisse duiven naar het grote werk gaan…
*Nationaal spel is het schoonste wat er is…

“DUIVENSPORT… EEN MOEILIJK
VAK OM AAN EEN SERIEUS
LIEF TE GERAKEN”


(Jelle Roziers)

BERLAAR.- Vader en zoon Roziers zijn dan wel van Berlaar, ze zijn duidelijk niet van gisteren. Midden de velden en weg van alle drukte, runt Paul Roziers er zijn restaurant terwijl zoon Jelle zich als bezeten ontfermt over sport en duiven.
Jelle is vijfentwintig onderhand. Een beter uithangbord voor duivensport is nergens te vinden. Jelle ademt gewoon duiven. Hij staat ermee op, hij gaat ermee slapen. Hij wil winnen maar sportief als hij is, kan hij ook elders de zon in ’t water zien schijnen.
Terwijl de meeste gasten van zijn leeftijd hun tijd verdoen met achter de meisjes te hollen naast soms drie disco-nachten per weekend is en blijft de heer Roziers voor alles duivenmelker.
“-Een moeilijk vak om aan een serieus lief te geraken…”
Als de paplepel en duiven met mekaar te maken hebben, is het hier zeker het geval. Grootvader Gust Roziers melkt al zijn hele leven en laat het net daar zijn waar Jelle zijn godganse jeugd heeft gesleten.
“-Bij Gustje is het allemaal begonnen,” vertelt Jelle. “Ik was geen tien toen ik daar op de hokken ben beginnen klauteren. Niet omdat ik persé de jongste liefhebber van de familie wou worden. Het was gewoon vermaak naast een klein beetje nieuwgierigheid. Pas veel later is de vonk overgeslagen. Ge moet weten dat ik niet toevallig een beetje familie ben van o.m. Hubert Schroyens, van Eveline Houben ook. En van Mariën-Rooyberghs. Dat waren in de negentiger jaren stuk voor stuk grootmeesters in de streek. En hoe meer dit ventje zich in duiven ging verdiepen, hoe meer ik naar dat soort mensen begon op te kijken. Elk weekend regende het daar wel ergens succes. En mijnheerke ging daar dan soms helpen. Vooral heel veel stront krabben, herinner ik mij nog. Maar wat wil je… Ik was een snotter van niks. Toch was ik er elke keer welkom. Zo ben ik in 2004 een godgans seizoen bij Hubert Schroyens in de weer geweest. Terwijl ik tegelijk overal bleef komen. Omdat het mij fascineerde. Bij Jef Houben en bij Nadia heb ik gratis en voor niks duizend dingen mogen leren. Bij hen heb ik wellicht mijn beste scholing gekregen… In 2006 ben ik dan op Kris Cleirbaut gebotst. Ik ben er soigneur gaan spelen maar na één seizoen was het liedje uit. Ik durf te zeggen dat we dat jaar hoge ogen wisten te gooien maar nogmaals: ik ben naar huis gegaan…”


Maar waarom ben je nooit eerder op eigen vleugels gaan vliegen…

Jelle Roziers: “-Omstandigheden en nog eens omstandigheden. Wij hadden op de Laarhoeve wel wat duiven zitten. Maar veel verder dan Quiévrain en Noyon raakten we bijna nooit. Er was aan de ene kant de zaak maar aan de andere kant zat mijn vader meer met zijn hersens bij paardensport dan bij duiven. Hij heeft zelfs één jaar lang in Frankrijk gezeten. Samen met Jos Verbeeck. Deels als trainer, deels als verzorger. En toen hij terugkwam, is die liefde voor paarden nog een eind blijven hangen. Tot in België het circuit in mekaar donderde. Weinig nog te winnen, de weddenschappen begonnen achteruit de lopen… Na dat jaartje Cleirbaut hebben we ons sterk gemaakt: we gaan ervoor gaan, zegde mijn vader. Samen handen aan de ploeg en juu…”

Jij wist wel al van wanten natuurlijk…

Jelle Roziers: “-Zeg dat ik met goeie duiven iets uit mijn mouw kon schudden. Maar thuis hadden wij amper garanties op dat vlak. Ik zeg tegen mijn pa… Eerst moeten wij ons boven alles een redelijk tot goed kweekkot kunnen formeren. En we zijn gaan timmeren. De oude soort van mijn grootvader hebben we gehouden plus enkele kinderen uit de beste duiven van Theo Ijskout. Verder is dan nog Houben gekomen, Jos en Jules Engels, Van Hove-Uytterhoeven en bij Van Looy-Somers in Vorselaar hebben we een pareltje van een kweekduivin op de kop kunnen tikken. Resultaat: met vijfentwintig koppels zijn we begonnen.”

In de zomer van 2007 was het meteen raak. Gensters aan alle kanten!

Jelle Roziers: “-Dat viel goed mee moet ik zeggen. Meteen een tweede nationaal op Bourges, zesde op La Souterraine, negende op Gueret plus ook nog een vijfentwintigste nationaal op Argenton. Voorts plukten wij meer dan behoorlijk ons deel aan prijzen.”

Jullie gaven je visitekaartje echt wel serieus af. Voor het eerst op eigen benen als het ware en dan dit…

Jelle Roziers: “-Ja, achteraf hoorde ik wel wat mensen die behoorlijk waren geschrokken. Paul en Jelle Roziers nooit van gehoord… En hier staan die kerels. Uit het niets bijna…”

Maar ook dit jaar begon het spetterend.

Jelle Roziers: “-Als je kan beginnen met een eerste provinciaal Bourges kun je natuurlijk niet klagen. We begonnen met twaalf jaarse duivinnen op weduwschap. We zijn die zelfs beginnen trainen in februari. Bourges liep perfect maar dan kregen we daar een mep tegen ons oren op die ramp van Issoudun en ons sprookje was uit. We zaten op ons knieën. Mijn drie beste duivinnen heb ik nog wel dezelfde dag thuis gekregen maar alles lag simpelweg aan diggelen. Voorbereiding weg, konditie gebroken, fut eruit… En daar zit je dan. Ik zeg: ik stop en ik ben gestopt… Ondertussen heb ik ze wel weer op gang getrokken. En voor Argenton, La Souterraine en Gueret komen ze op nest. Zeven stuks…”

Ook je jonge duiven heb je opmerkelijk lang uit de wedstrijden gehouden.

Jelle Roziers: “-Niet zonder reden. Om het verhaal compleet te maken, moet ik zeggen dat ik er veertig van de zeventig kwijtgespeeld ben… En pas begin juli ben ik vijftien jonge duivers en evenveel jonge duivinnen beginnen koppelen aan oude partners. Weduwschap dus… Alleen met het oog op die nationale concoursen.”

Het lijkt wel of bij Roziers alleen maar nationaal spel telt…

Jelle Roziers: “-Eigenlijk is dat ook zo. Vier Meluns met elke keer tien minuten tussen in en regio die amper een zakdoek groot is: ik noem dat geen duivenspel. Of een Pithiviers van dorp tegen dorp… Komaan zeg. Dat is toch waanzin allemaal. Weet ge wat ik gedaan heb? Ik ben mijn duivinnen gaan inkorven in Baasrode in Oost-Vlaanderen voor Blois. Tussen het grote geweld, ze moeten hun plan maar leren trekken.”

Eén van uw stokpaardjes is ook dat je met frisse duiven aan ’t vertrek moet komen. Niet met afgepeigerde knapen…

Jelle Roziers: “-Zo denk ik erover ja… Om nationaal bij de mensen te kunnen staan, moet je kunnen beschikken over duiven met nog voldoende reserves. Kerels die enkele tegen de muur zijn gegaan: ik moet ze niet… Fris van de lever moeten ze zijn.”

Je maakt daar wel serieus werk van?

Jelle Roziers: “-Omdat het moet gewoon. Overal is de konkurrentie mes- en messcherp. Wat wil je dan… Er blijft geen enkele keuze. Als ik je zeg dat voor één of andere nationale vlucht mijn duiven thuis nooit vliegen, is dat geen woord gelogen. Ik durf er vijf tot zes dagen na mekaar mee naar Quiévrain koersen. Om ze aan te scherpen. Om ze daar te krijgen waar ik ze eigenlijk wil hebben. Liefst op het goeie moment dan nog…”

Roert Jelle Roziers veel in zijn drinkpotten. Potje, pilletje, spuitje…

Jelle Roziers: “-Helemaal niet. Ik geef bitter weinig antibiotica maar daarnaast wel heel veel natuur. En als denk dat het toch niet helemaal goed in mekaar zit, koers ik richting dierenarts. Raf Herbots, Ann Havet of Henk De Weerd. En voor het overige houden wij het bij voer van Matador. Eddy Noël heeft mij hieromtrent een plannetje aan de hand gedaan en dat lijkt te werken. Houden zo zeker…”

Jelle Roziers kent weinig geheimen…

Jelle Roziers: “-Die zijn er toch niet. Wat boven alles telt zijn goeie duiven en die moet je halen uit een kweekhok dat deugd. Bovendien moet je duiven durven testen tegen de massa. Tegen de sterkste concurrentie tussen Oostende en Maasmechelen. Al de rest is cafépraat toch… Maar mensen hebben nu éénmaal altijd verontschuldigen nodig. Zo werkt duivensport… Iedereen kan tenslotte met zijn duiven naar Raf Herbots of naar De Weerd. Maar die mannen zien wel zeventig procent slechte duiven. Naast tien procent halve goeie. En ’t is nu net de bedoeling bij die laatste kategorie te horen. Niet altijd makkelijk maar soms wel haalbaar.”

Jelle, jij bent vijfentwintig en bijna voltijds met die duiven bezig. Heb jij misschien ergens de Lotto gewonnen?

Jelle Roziers: “-Helemaal niet… Ik zeg het niet graag maar eigenlijk zit ik met een serieus probleem. Ik heb te maken met “het” cronisch vermoeidheidssydroom. Na een eind hebben ze dat gelukkig kunnen vinden… Ik voel mij bij momenten moe en zwak. Van puur miserie moet ik dan in bed of in de zetel kruipen. Kaars uit gewoon. Stel je voor: een bonk van een vent. Vijfentwintig jaar… En dan dit. Gelukkig zeggen dokters mij dat er nog hoop is. Maar voorlopig voel ik mij soms als een lege zak. Batterij helemaal leeg… Prettig is anders.”

Jelle Roziers: vlotte vent, koekenbrood maar soms miserie. En een lief zal hij ook nog wel vinden. Eén ding kent hij al: met duiven spelen. Nationale top in nog geen twee seizoenen. (10-7-2008)


Vorige Pagina: Ten huize van
Volgende Pagina: Harinck-Poelmans (Genk)


Actueel 
» Bourges: duiven slimmer dan de liefhebber...

» De Kantlijn: zwaluwen belangrijker dan mensen

» Mit Van Hove speelt onder een schuilnaam...

» St. Vincent tegen het licht gehouden

» Gust Cristiaens recht voor zijn raap...


vakantievilla Spanje