Print this page

De KANTLIJN


In goeie of slechte tijden, bij zon of regen: L.G. buigt zich met de regelmaat van een klok over de simpele dingen-des-levens. Over de mensen en de wereld. Geluk, verdriet, ellende: weinig of niks glipt door zijn vingers. Een pas geboren baby of een grijze begrafenisstoet: daar tussen ligt zijn wijdse biotoop.
L.G. wikt en weegt. Soms met een glimlach, soms een tikkeltje giftig. Het leven zoals het is. En zoals het altijd zal zijn…



 

 Moeten we nog bidden? Ik denk het niet neen...

 Vangheluwe van Brugge is crapuul...

De hel kan voor hem niet genoeg branden...

 

            POL LEGDE ZEDIG EEN HANDDOEK

                  OVER ONS PIETJE EN ONS

                           KLOKKENSPEL

 

                                              Roger Vangheluwe - hij mag zoveel vijven en zessen als hij wil - is simpelweg een SLECHTE mens. Vangheluwe (het spijt ons) is crapuul. Een katholieke bisschop die met kinderen speelt: het is gewoon over en uit. Einde verhaal. Lijfwachten van ons Heer en van de paus: ze moeten hun poten thuishouden. En of het nu gisteren was of vijfentwintig jaar geleden: het doet er niet toe. Eigenlijk hoort zo'n bisschop thuis achter dikke tralies. Maar neen, mijnheer heeft heel zijn leven gelogen. En gekozen om de man te zijn en om heel die tijd een katholieke "pree" in zijn zakken te steken. Bisschop van Brugge: hypocrisie zal wel zonde zijn zeker.

Een eind geleden: Dutroux weet je nog. Ook hij speelde met kinderen. Dutroux was een pedofiel tot in de "toppekes" van zijn tenen. Ja, bisschop Vangheluwe is een beetje van hetzelfde duistere kaliber. Er zijn nu éénmaal dingen in 't leven die een mens niet doet. En de kerk zeg je? Een harde klap! En wie gelooft die mensen nog... En moeten we nog bidden? Ik denk het niet neen. Uit alle berichten blijkt dat de "kerk" één grote mestvaalt is. Wereldwijd en ook in Brugge.

En ja, het klopt. Ik heb mijn hele jonge leven in de schaduw van kerken en nonnen en pastoors mijn jeugd gesleten. Ik heb aan de miswijn gezeten, ik heb bij momenten ambras gemaakt met de nonnen. Maar er is nooit iets fout gegaan. Effen later: drie jaar lager en zes jaar middelbaar in het katolieke college St. Gummarus in Lier. En allemaal pastoors. Zes jaar alle dagen naar de mis. Bij regen en hagel en ontij. Om de haverklap moest ik wel ergens op het matje komen. Ik heb er ooit sigaren gekregen en uitbranders en strafstudies maar geen enkele geestelijke pastoor heeft ooit ook maar één hand uitgestoken. Met "den dikken" lag ik bijna elke week overhoop. Hij gaf algebra en meetkunde en driehoeksmeting. Al "uwen brol" kan mij vierkant gestolen worden, liet ik hem weten. Het hele zaakje interesseerde mij ook geen fluit. En dat kon "den dikken" niet hebben. Wel dertig keer probeerde hij mij tot de orde te roepen. Er was geen beginnen aan. Maar naast mijn vijand was "den dikke" ook een beetje mijn vriend. Hij was tenslotte coach van de schoolploeg, hij kende iedereen en alleman die een beetje tegen een bal kon trappen. En in die dagen speelden wij voor de Kardinaalsbeker. Dat was zo'n beetje de Champions League van de katolieke scholen. En "den dikke" kon (bijna) niet zonder mijn diensten. Pasop, ik zeg het niet graag. Maar ik speelde toen bij Lyra. Ik was geen Cruyf en ook geen Pelé, toch kon ik een aardig stukje tikken. En om die Kardinaalsbeker te winnen, had "den dikke" mij nodig. En zo kwam het dat wij om de week wel eens ambras hadden. Was het niet over meetkunde dan was het wel over voetbal. Maar ook "den dikke" (een priester) heeft nooit één poot naar mij uitgestoken. Achteraf zijn wij zelfs nog dikke kameraden geworden. Hij werd proost van Sporta en samen kwamen wij zowaar op het idee om elk jaar een mis op te dragen tijdens de Zesdaagse van Antwerpen. Hij pastoor, ik misdienaar... En toen hij dood is gegaan, heb ik hem mee begraven. In de "grote" kerk van Lier. De hele Belgische sportwereld ter plekke... Neen, pedofilie of slechte manieren: ik heb het in al die jaren nooit gezien en nooit meegemaakt. Ook niet in het voetbal van toen... Toch zie ik mij nog liggen elke match. Op zo'n houten tafel. Gerekt en gestrekt en compleet in "onzen bloten". Wij moesten tenslotte "gemasseerd" worden. Ik ruik nog altijd de stank van massage-olie en ik voel zelfs nog vandaag de grote handen van de Pol (onze masseur) die in mijn dijën en mijn kuiten kneep. Pol kneedde mijn spieren tot in de diepste vezels. In een vorig leven was hij nog kinesist (maar dat woord bestond nog niet) geweest bij het Belgisch leger. Zijn handen waren drie keer groter dan de mijne, Pol was lang en wel twee meter en vast in dienst bij Lyra. En wat deed Pol bij elke speler en elke keer? Voor hij begon legde hij heel zedig een handdoek netjes over ons pietje en ons klokkenspel. Pedofilie? Nooit iets van gemerkt... Pol was een vakman en vakmannen houden zich niet bezig met onnozelheden. Nog later: ik speelde toneel bij de oud-studenten. En zoals het toen in katholieke middens ging, was de regie doorgaans in handen van priesters en pastoors. Gasten die zo'n beetje alle wereldliteratuur uit hun blote hoofd kennen... Maar ook daar heb ik nooit de narigheid gezien die nu zo'n beetje overal aan het licht dreigt te komen? Tuurlijk zal het ook wel te maken hebben met het feit dat wij niet de meest makke schapen waren. En misschien moet je wel zwak zijn om je door een pastoor of een bisschop te laten bepotelen. Maar dan nog: zo'n dingen doe je niet. Ga dan toch gewoon naar de hoeren, mijnheer pastoor... Die zijn daar voor uitgevonden. En mijnheer Vangheluwe: hij kan ze vierkant (maar figuurlijk) kussen ja. Ik heb tenslotte een probleem met dit soort viespeuk-ventjes. Mannen met gouden ringen aan hun vingers, met een kruis op hun hart, met een mijter op hun kop en een Sinterklaas-staf in aanslag en dan dit: de hel kan niet genoeg branden, denk ik dan...

En voor de rest: kruis erover zeker. Mijn lijkdienst gaan ze niet meer kunnen kopen. Ik laat mij wel tijdig naar de verbrandingsoven rijden. As in een potje en op de schouw. Tenzij mijn vrouw dat potje finaal in het rommelhok gaat zetten. Want zeg nu zelf: er zijn toch bijna geen zekerheden meer in 't leven. Een kardinaal die vierkant naast de pot pist terwijl het politiek ook al aan alle kanten rammelt. België is ziek. In heel zijn lijf en in al zijn vezels. Vlamingen tegen Walen. De jacht is open... Nooit is het egoisme van mensen en politiek groter geweest dan dezer dagen. Van Reynders tot De Croo, van Leterme tot Di Rupo. Plus die "schone" bisschop van Brugge... (24-4-2010)

                                                                 Ludo GEERTS

 

De wereld op zijn kop: mijn merels liggen vandaag met platte jongen...

Als we zat werden, ging het praten net iets makkelijker. Adieu, Jomme Dockx...

 

           MALISSE, WICKMEYER, OPEL:

                IEDEREEN OP STRAAT

 

              Echt waar, ik heb mijn godganse leven gelachen met wetenschap en psychiatrie. Gezond boerenverstand: daar ben ik altijd voor gegaan. Ik zie mijn grootvader nog altijd in de lucht kijken. Naar wat hij keek, weet ik niet maar als hij zegde dat het ging regenen en dat het hooi moest binnengereden worden: dat klopte doorgaans... Ook voor zaaien en planten wisten ze elke keer het juiste moment te kiezen. En een verkoudheid werd nooit opgelost met de wetenschap van één of andere dokter: daar bestond jenever voor. Of een borrel cognac in hete melk. 't Bed in, zweten en genezen. Zo heb ik dat vroeger altijd weten gaan. In mijn verste herinneringen heb ik nooit geweten dat iemand van ons ooit een kliniek heeft bezocht. Vandaag zitten dit soort gelegenheden vol. Voor een zere teen tot liever "ziekenkas" dan werken.

Ja, de wereld en het mensdom zijn serieus veranderd. Ik moet mij daarbij neerleggen, denk ik dan. Ik maak het tenslotte lijfelijk mee. Twintig jaar na de muur van Berlijn merk ik dat het vandaag 8 november is. Ge gaat het niet geloven: ik loop in mijn "onderlijfke" onder de Spaanse zon. Het is hier rond mijn "hutje" nog altijd een graad of zevenentwintig. Gezet vrouwvolk loopt nog altijd kortgerokt, huppelmeisjes tonen schoonheid in bikini en blote buiken. En ik ga niet de farizeeër  uithangen, neen. Ik mag er graag naar kijken. En toch is er heel veel aan de hand. Opwarming van de aarde? Ik moet het gaan geloven. Het water van de zee is nog veel te warm voor de tijd van het jaar en in mijn olijfbomen heb ik twee nesten jonge merels gevonden. En ook een vink met vier platte jongen. Maar 't is wel 8 november. Een jaar of twee geleden zat alles op dit moment van het jaar rot in de rui. Nu zijn ze nog bezig met zingen en kweken. Het is een lieve lust maar wel hoogst ongewoon. En terwijl ik als oude knakker toch in een stuk wetenschap wou gaan geloven, heb ik het ze gevraagd. Hoe kan dit komen? Leg eens uit... Maar ze wisten het ook niet. Met zes universitaire diploma's "cum laude" in hun achterzak stonden ze naar mijn vinken en mijn merels te kijken. Het enige wat ze konden zeggen: niet normaal. Maar dat kon ik ook wel bedenken. Ja, er is echt wel iets aan de hand ja. Midden november en de rozentuin van mijn vrouw staat voor de vierde keer in volle bloem als nooit tevoren. En ook dat kan eigenlijk niet. Toch is het zo... Ik zit hier in mijn "onderlijfke" voor serieuse raadsels in mijn bestaan. Zomer in de winter. Lente in november. Alles en veel - echt waar - van slag.

Maar zelfs op een 8ste november bestaat een mensenleven niet alleen uit dit soort dingen. We zitten tenslotte met het probleem Malisse en het geval Wickmeyer. Het land te klein. Tennis te voet gezet. En dan nog door één of andere Vlaamse ambtenaar van kust-mijn-kloten. Eigen volk dat eigen volk een hak komt zetten. Een klooier van punten en komma's en regeltjes. In één pennentrek haalt hij twee sportmensen onderuit. Pasop, ze hebben afministratief wel een beetje Guus Flater gespeeld maar ze hebben niemand vermoord. Vlaamse "ambetantenaren": ge kunt er doorgaans weinig mee. Elke dag zitten ze op hun burootje te suffen en te lummelen, ze verwensen hun job en zichzelf en als ze dan één keer hun moment van glorie zien, slaan ze toe. Ja, ik besta, zeggen ze dan. Dat is hetgeen Mallisse en Wickmeyer zijn overkomen. In de tang gezet door onbenul. Ambtenaren: vraag ze nooit naar één of andere oplossing? Nooit van gehoord. Ze zijn alleen sterk in mensen een peer stoven. Ik kan het weten: ik ben in een vorig leven ook wel eens tegen hun lamp gelopen met een paar bouwovertredingen. Ik weet hoe ze in mekaar zitten. Neen, ik moet ze niet... Omdat ze doorgaans geen rimpeltje vel over hun buik hebben. Ambtenaren: ze zijn er niet voor u, ze zijn tegen u. Maar een mens zit wel met de gebakken peren. Te voet voor een jaar... Pasop, Malisse en Wickmeyer gaan niet meteen richting OCMW moeten. Maar ze zijn wel gekraakt door waanzin van Vlaamse bureaucratie. Neen, dit heeft niks met sport te maken. Wel alles met afrekeningen van een overheid die zich één keer echt wou tonen. Ambetantenaren: ze zullen nooit mijn vrienden worden. Ik wens ze verder veel succes en ook de pot op. Maar dat lost het probleem uiteraard niet op. Simpelweg omdat er wellicht nog meer onheil op komst is. Opel Antwerpen denk ik dan... Een pak mensen (2500 zo'n beetje) kunnen niet meer eten en bijna niet meer slapen. Omdat boven hun hoofd "spelletjes" worden gespeeld. Politieke en economische wellicht... En ik durf het bijna niet te zeggen maar ook zij gaan net als Malisse en Wickmeyer straks  te voet staan. Weg job, weg plezier en een beetje schoon leven. Maar hier zie je onze eigenste regering ook weer flateren als een huis. Ik zie ze elke dag alleen maar toneel spelen. Ook de vakbonden... Mensen paaien en voor het lapje houden, is zo'n beetje het enige waar ze sterk in zijn. Hypokriet gelul, denk ik dan. Opel wil maar één ding en dat is auto's in mekaar knutselen. Het gaat moeilijk worden. Neen, een prettige tijd is het niet in mijn land. Maar het ergst van alles: ik ben laatst Jomme Dockx verloren. Eén deel van de broers Verreth. Samen hebben we avonden en nachten lol getrapt. Geklapt, gepraat en veel gezeverd ook. Ik heb ze tenslotte nog gekend toen ze pas getrouwd de bakker en de brouwer niet konden betalen. Maar het is allemaal goedgekomen. Op het toppunt van hun kunnen liep het Mechels Miniatuur Theater avond aan avond vol. Wachtrijën en wachtlijsten. Maar het succes: het is gekomen... Avond aan avond applaus. Waar de Ster bleef Stille staan... Het Machtig Reservoir. In dit laatste stuk werd het mensdom van kop tot teen bekeken. Door een torenwachter en een burgermannetje. Hoog op de watertoren. We dronken rode wijn en aten witte rapen. En we werden zat. Dan gaat praten net iets makkelijker. Nu is de Jomme uit het zicht verdwenen. Kanker spaart soms niemand. En wij... Wij zijn maar weer een kameraad armer. Neen, de wereld is niet eindig, denk ik dan. En dan koester ik net iets meer zoveel dingen die mij dierbaar zijn. Sterven durft er bij deze mens nogal in te harken, heb ik het gevoel. Ik trek een hemd boven mijn "onderlijfke" en ik bekijk het televisienieuws. Minister Muyters gaat bemiddelen in de zaak van Malisse en Wickmeyer, hoor ik hem zeggen. Ik vind dat knap. En als hij nu ook nog eens "mijnheer-de-ambtenaar" met zijn kloten aan de deur gooit, kan mijn zondag nooit meer stuk. (8-11-2009)

                                                                        Ludo GEERTS

 "-Als zijn eigen ploegmaats hem niet van de sokken rijden, wint Alberto Contador de Ronde van Frankrijk. Maar het zijn wel Russen. Kazakken... "

  Om drie uur 's nachts moet een gezonde mens in zijn bed liggen...

 

                 JA, ALBERTO IS MIJN

                   DIKKE KAMERAAD...

 

                   Om heel eerlijk te zijn: ik heb mij in mijn leven zelden veel aangetrokken van god en gebod. Ik geef toe: deze mens heeft al wel eens buiten de lijntjes gekleurd. Maar ik ben - gelukkig - nooit mensen hard op hun tenen of hun poten gaan staan. Ik heb in mijn jonge jaren tenslotte mijn diploma van naastenliefde gehaald. En dat perkamenten ding hangt nog steeds aan de muur. Maar ook nog af en toe - je zou het niet zeggen - kijk ik nog wel eens in de spiegel van mijn ziel. Bemin uw naaste als je zelf. Jaren later en jaren wijzer merk ik dat dat daar op zoveel plaatsen zo weinig van overgebleven is. Ja, wij hadden vroeger een halve dorspgek in de straat, één of andere pipo die ergens was blijven haperen. Maar dit soort mensen: ze deden niemand kwaad. Klaar, ze liepen er wel  wat onnozel en gedeukt bij maar dat was het dan. Dit soort mensen: ze waren toen de kneusjes van een samenleving. Maar iemand kwaad doen... Geen vlieg neen. Vandaag - en als ik mijn wereld en het leven bekijk - stel ik vast dat er kennelijk meer pipo's zijn dan ooit te voren. Een boel mensen van vlees en bloed: ze zijn zonder meer zo gek als een achterdeur. Neem nu die getatouëerde "trinnet" met haar vijftig sterretjes. Het kind ging op een stoeltje liggen, iemand takelde haar toe en vier dagen lang kreeg ze zowaar een ganse pagina nieuws in de gazet. Nu zit ze in 't gekkenhuis. En ze zit daar goed denken wij... Want - zeg nu zelf - enig verstand komt toch nergens in de buurt.

En twee dagen terug dan. In Heppen. In "de" Limburg... Een moeder stuurt een meisje in het holst van de nacht om een pakje sigaretten. Dat meisje komt thuis en de moeder is koud. Afgemaakt gewoon. Ik wist het meteen: dit verhaal klopt niet. Ik kreeg gelijk. Niet omdat ik dat zo graag heb maar welke moeder stuurt haar dochter van vijftien om drie uur 's nachts richting sigarettenwinkel. Mijn moeder, mijn vader, ik, mijn zus en mijn broer: wij hebben ons hele jonge leven om drie uur 's nachts eeuwig in ons bed gelegen. Slapen, godverdomme. Want 's morgens was er werk of school of de duiven moesten los. 's Nachts sigaretten "smoren": 't zou er serieus gewaaid hebben in ons gezinnetje denk ik dan. Maar in Heppen zijn zo'n zaken normaal. Dat die dochter en haar lief betrokken partij waren: je kon het vanop zeven kilometer afstand ruiken. Omdat het crapuul is gewoon. Niks waard en geen ruggegraat rijk... En wat lopen zo'n snotters in 't holst van de nacht nog op straat te drentelen? Met een voorhamer dan nog...  Klaar: dit is één feit. Maar dit soort koek krijg je bijna dagelijks. Laatst nog in mijn buurt. Een mijnheer kijkt toevallig naar het lief van een jong en onnozel ventje en... hommeles. Naar lieven mag een mens niet meer kijken. Hij kreeg een glas in zijn gezicht en een stamp of tien. Klus geklaard. En de uitkomst: die jonge gast wist niet meer wat hij deed. Bier mijnheer en een beetje drugs. En dan ontploffen dat soort gasten. Komaan zeg... En één dag later flaneren ze als een held door dezelfde straat. En wat hoor ik opvoeders, psychologen en zielenknijpers dan zeggen: die jonge gast moet behandeld worden, ge moet zo iemand voorzichtig aanpakken. Ik zeg: als ge slim genoeg bent om een lief te hebben moet ge maar verstandig genoeg zijn om uw poten thuis te houden. Punt aan de lijn. Ne stamp tegen zijn kloten, een maand of vier "den bak" in op water en brood, alle dagen twaalf uur werken. En mijnheerke zal wel leren. Al dat soft gedoe: ik krijg er - echt waar - het schijt van. Al dat opvoedersgelul is simpelweg tijdverdrijf. Maar daar zijn we echt wel sterk in in dit land. In tranen proberen drogen. Ik ken toevallig iemand die in jeugdzorg zit: kleine criminelen hoort ze op te vangen. Maar alles wat ze doet en laat: het haalt niks uit... Soms moet een mens eens laten voelen wie baas is: ne stamp onder hun gat. Zo en niet anders.

Maar dat kan en mag niet meer vandaag. Het gerecht kent zelfs geen regels meer. Ook daar kloten ze maar wat aan. Als ze een getalenteerde drugsboer van twintig miljoen euro per jaar netto niet eens achter de tralies kunnen houden... Wat dan gezongen? Met welk smeergeld krijg je dit soort zaken voor mekaar? Neen , echt waar, ik snap er allemaal niks nog van. Met de dag begint mijn laatste greintje vertrouwen in het mensdom af te brokkelen. En ik trek mij terug. In de luwte van het leven. Ik kijk naar de Ronde en ik weet: mijn goeie kameraad Contador is bezig zijn messen te slijpen. Op een dag gaat hij de grote Armstrongshow in de vernieling rijden. Want "Alberke"... Het ventje staat op scherp. En hij is mijn vriend...  En stiekem zit ik onder mijn bomen te wachten op het grote moment. Mijn vrije vogels in de natuur voelen zich goed. En ik ook. Ik ben een gelukkig mens in deze vakantie. Maar misschien mag je zo'n zaken niet hardop zeggen. Ik eet, ik drink, ik dans in gedachten... En voor de rest wacht ik op mijn grote held: op Contador. Want hij gaat straks in Parijs de Ronde van Frankrijk winnen. Tenzij zijn eigen ploeg hem van de sokken gaat rijden. Want vergeet het niet. Astana zijn "kazakken". Astana zijn halve Russen. En met dat soort volk ben je nooit thuis. Wie leeft zal zien ja... (13-7-2009)

                                                                                       Ludo GEERTS

Gaia heeft gelijk: konijnen moet je koesteren...

Voetballers zijn "strandjeanetten", coureurs zijn "helden"...

 

                    "IK HEB EEN BOONTJE VOOR DE

                         HEL. VOOR DIE VAN HET

                                 NOORDEN..."

 

                            Neen, echt druk om onnozelheden maakt deze mens zich nog amper. Er zijn ergere dingen dan zoveel dagdagelijkse pietluttigheden. Italië: dat is erg dezer dagen. Bijna driehonderd mensen hun kop en hun huis kwijt. Dat is pas katastrofe. Dat is rampspoed. En wij gaan druk staan doen om een jonge duif kwijt. Om een onbevrucht ei of om de postbode die te laat is. Schei toch uit, denk ik dan. En toch heb ik mij op deze Witte Donderdag toch weer opgewonden. Slecht voor mijn hart en mijn bloedvaten maar voor één keer geef ik Gaia echt wel goeie punten. Vandenbosch kwam op de proppen met konijnen. Hoe ze wonen, hoe ze leven en hoe ze sterven. Maar vooral hoe "beestenbeulen" daar beter en rijker van worden. Konijnen, ze zitten daar te "vetten" op een plekje van niks. Ja, dat is schabouwelijk en voor geen cent te tolereren. Konijnen: ze moeten loop en plaats hebben. Konijnen: ze moeten gelukkig kunnen zijn. Wie mij kent, weet dat ik een "boerenkinkel" ben. Ik heb een stuk leven en mijn jeugd op een boerderij gesleten. Ik ben als het ware groot geworden tussen de "beesten". Maar bij ons zou het nooit gekund hebben dat beesten in hun eigen stront lagen of te eng behuisd waren. Onze stallen waren pareltjes en onze dieren waren vrienden. Zo gingen we met hen om... Klaar, wij verdienden misschien niet de grootste fortuinen maar nooit ofte nimmer hebben wij één dier ooit pijn gedaan. Geen kip, geen varken, geen kalf, geen konijn. Ze hadden bij ons een luxe-leven. Wij vonden dat gewoon en normaal... Toen is de industrie gekomen. En 't spel was over. Plots werd opbrengst en geld belangrijker dan de dieren zelf. En toen hebben we beslist en besloten niet meer mee te spelen. En als Vandenbosch vandaag van zijn oren maakt: de mens heeft voor één keer zesdubbel gelijk. Een beschaafde wereld kan dierenleed niet langer verdragen. Al die waanzin-boeren: hun stallen moesten invallen. Neen, geen genade. Een stuk "echte" beschaving kun je tenslotte ook maar merken aan de manier hoe mensen met mensen omgaan. Met kinderen, met ouderen, met honden, met paarden, met katten of... jawel, konijnen.

Of dit dan geen ergernis is? Een beetje wel ja. Hoewel, vorige week liep het nog een stuk meer uit de hand. België en Bosnië weet je nog. Voetbal voor Zuid-Afrika. De Duivels: ze gingen zeker richting wereldbeker gaan. Conclusie vandaag: ze blijven thuis. Ik heb zelden op een grasveld zoveel onkunde ooit gezien. Maar nog erger: ik vermoed én slechte wil én chantage. Weet ge wat het punt is: ons voetbal WIL niet naar die Wereldbeker. Ze hebben schrik om afgestraft te worden. En om eerlijk te zijn: buiten Dembele hebben we niks. Sonck is een blaaskaak, Witsel een brutale boer, Fellaini een kieken zonder kop, op Timmy Simons zit vroegtijdig sleet, Stijnen kan beter "klappen" dan keepen, die Swerts lijkt mij een potstamper eerste klas, Kompany kan geen man houden en René Vandereycken... Die telt straks simpelweg zijn centen. Voetbal in mijn land: wij hebben nog alles te leren. Maar allemaal hebben ze wel een diploma in oorbellen, in tatouages en in dure horloges. Afgelopen: vanaf nu kijk ik alleen nog Champions League. En zondag trek ik naar de Hel. Naar die van het Noorden. Ja, ik ben verliefd op Parijs-Roubaix. Omdat het een koers voor helden is. Jaren geleden heb ik het geluk en de gelegenheid gehad om die "Hel" te voelen. Eén keer ben ik zelfs van de motor getuimeld en één keer zijn we met een nieuwe Peugeot in het decor terecht gekomen. Bos van Wallers... Eén slippertje en 't was over. We zaten op weg naar de zege in het wiel van Roger Roziers weet ik nog. As gebroken, "cardan" stuk en alle olie liep verloren in de Hel. En Roger Roziers moet je weten, was mijn goeie en dikke vriend. Samen school gelopen, samen groot geworden. Roger deed het als coureur niet onaardig. Tot we samen besloten op een dag Parijs-Roubaix te winnen. Mijn vrouw deed de verzorging en de vitaminen, ik speelde vertrouwensman en probeerde Maurice Demuer (toen sportdirecteur bij Bic) wijs te maken dat die dag niemand beter was. Zelfs Jan Janssen moest in dienst. Het lukte. Roger reed de wereldtop simpelweg in de vernieling. En sinds die dag is de Hel mijn lief. In één dag betaalde hij zijn hele huis af, in één dag was de rest van zijn carriére zijn broodje gebakken. Want Parijs-Roubaix is nu éénmaal heldendom. Op één voorwaarde: je moet als eerste over die stomme kasseiën geraken. Eén week later voel je 't nog aan je ribben en aan je achterwerk. Maar we hebben het samen graag gedaan. Roubaix en de Hel: het blijven eeuwig heilige plekken. (9-4-2009)

                                                                         Ludo GEERTS

     


Vorige Pagina: Goed om te weten
Volgende Pagina: Verkopingen


Actueel 
» Bourges: duiven slimmer dan de liefhebber...

» De Kantlijn: zwaluwen belangrijker dan mensen

» Mit Van Hove speelt onder een schuilnaam...

» St. Vincent tegen het licht gehouden

» Gust Cristiaens recht voor zijn raap...


vakantievilla Spanje